Chapter 169

Begrijp met Onschuld.

5 sections

# **Begrijp met Onschuld.**

Onschuld is een delicate geur, terwijl kennis een sterke filter is. Dat is het verschil. De geur van onschuld trekt de hele wereld naar je toe. Het filter van kennis verhindert dat veel dingen tot je komen. Wanneer je gevangen bent in kennis heb je de hele tijd grote haast, omdat er te veel kennis te vergaren is.

Wanneer je in onschuld bent, geniet je gewoon van het moment. Als je naar onschuldige mensen kijkt, zullen ze nooit met een groot doel lijken te zijn. Ze zullen gewoon genieten van het moment met een totaliteit, met eenvoud. Onschuld grijpt het moment terwijl kennis het mist. Kennis kent alleen het doel, terwijl onschuld de schoonheid van doelloosheid kent.

Als je je kennis opzij zet, ben je klaar om het moment en de Waarheid te grijpen. Het heden heeft de waarheid in zich. Het probleem is dat het onderwijs tegenwoordig alleen kennis bijbrengt en leert hoe je slim moet zijn. Het onderwijst niet in onschuld. Waar op de universiteiten onderwijzen ze onschuld?

Een klein verhaaltje:

Een jongen liep een vismarkt binnen en vroeg om zes forellen.

De visboer begon enthousiast de forellen uit te zoeken. Hij stond op het punt ze in te pakken toen de jongen zei: 'Pak ze alsjeblieft nog niet in. Kunt u ze niet allemaal naar mij gooien, dan vang ik ze een voor een voordat u ze inpakt?'

De visboer zei: 'Natuurlijk, maar waarom?'

De jongen antwoordde: 'Dan kan ik tenminste thuis zeggen dat ik zes forellen heb gevangen.'

Er is tegenwoordig zo'n druk om slim te zijn. Kinderen verliezen hun onschuld aan de conditionering die ze krijgen in de naam van 'hoe slim te zijn'. Na verloop van tijd, zoals bij dit jongetje, wordt zelfs de onschuld alleen nog maar gebruikt om slimheid goed te maken!

Een vader stelde zijn zoon voor de eerste keer trots voor aan zijn collega's op kantoor.

Al zijn collega's stonden om de jongen heen en de vader zei: 'Zoon, waarom vertel je ze niet hoe oud je bent?'

Het kind zei prompt: 'Als ik thuis ben, ben ik zeven. Maar als ik in de bus zit, ben ik vijf.'

Zo worden kinderen tegenwoordig opgeleid. Ze worden opgeleid om in alles het nut te zien. Onderwijs beoordeelt je op je eigen nut. Maar je bent niet je nut. Je bent je wezen. Het wezen kan nooit geëvalueerd worden. Alleen de geest kan dat, en de geest zelf is een mythe! De maatschappij creëert een mythe, die je verstand is, en houdt het als de maatstaf om je te evalueren. Dat is de reden waarom kennis tegenwoordig zo populair is.

Een klein verhaal:

Vier vrienden woonden in een stad. Ze brachten veel tijd samen door. Drie van hen waren zeer geleerd. De vierde was niet zo geleerd, maar hij was wijs.

Op een dag besloten zij naar andere landen te reizen om hun kennis aan de mensen te tonen en geld te verdienen.

De vierde vriend had niets om zich op te beroemen, maar gaf te kennen dat hij hen wilde vergezellen.

De eerste vriend zei: 'Je weet niet veel. Als je ons vergezelt, zullen we ons geld onnodig met je moeten delen.'

De tweede vriend zei: 'Ja, dat is waar. Het is beter, dat je thuis blijft.'

De derde vriend was vriendelijker. Hij zei: 'We zijn al die jaren samen opgegroeid. Het is niet goed om hem te zeggen dat hij thuis moet blijven. Hij moet meekomen.'

Dus begonnen ze met z'n vieren aan hun reis.

Ze gingen door een dicht woud. Ze zagen veel wilde dieren en beleefden veel spannende momenten. Plotseling kwamen ze op een dag een hoop botten van dieren tegen.

Een van hen zei: "Ik denk dat dit een prachtige manier is om onze kennis op de proef te stellen. Laten we dit dier weer tot leven wekken.'

De twee andere vrienden stemden toe, maar de vierde zei: 'Ik heb het gevoel dat dit de beenderen zijn van een heel groot dier, dus we moeten niet proberen om zulke dingen te doen.'

De andere drie lachten hem uit en noemden hem een lafaard. Zij zeiden: 'Als je kennis had zoals wij, zou je niet zo bang zijn voor deze dingen. Hou je stil en kijk naar ons.'

De drie gingen verder met het experiment.

Een van hen schikte de beenderen zodanig dat het op een echt dier leek. Toen reciteerde hij enkele verzen, sprenkelde er wijwater op en de beenderen namen plotseling de vorm van een skelet aan. Zij waren verbaasd over de kracht van hun kennis.

De tweede kwam naar voren, reciteerde nog een paar verzen en sprenkelde er nog meer water op. Het skelet werd plotseling bedekt met spieren, vlees, bloed en een vacht. Het was een leeuw en miste alleen nog leven.

De vrienden waren verbaasd over zichzelf.

De derde vriend kwam naar voren en zei dat hij het leven zou inblazen.

De vierde vriend gaf nog een waarschuwing, maar zij lachten hem uit. Hij klom toen langzaam in een boom en ging daar zitten kijken.

De derde vriend wuifde leven in het lichaam van de leeuw en de leeuw kwam tot leven.

Met een brul rukte de leeuw op naar het drietal. Ze keken omhoog om te zien waar de vierde vriend was. Hij zat op de boom en keek naar het hele gebeuren.

De leeuw maakte korte metten met hen.

Kennis is een hulpmiddel. Het leidt niet direct tot intelligentie. Het is gewoon een hulpmiddel. Zolang we het gebruiken als een krachtig instrument waar dat nodig is, is het goed. Het kan verbazingwekkende dingen doen. De fout die we maken is ons hele leven in de handen van kennis te geven. Aan de andere kant leidt onschuld direct tot pure intelligentie.

Nog een klein verhaal:

Er was een banyanboom in een klein dorp die koele schaduw gaf. Onder de boom stonden een koe en een vermoeide hond. Er was ook een oude man met een lange baard die met zijn rug op de stam leunde, zijn benen voor zich uitgespreid.

De boom stond op de grens tussen twee koninkrijken.

Een reiziger kwam daar langs om van het ene koninkrijk naar het andere over te steken. Hij zag de oude man en zei: 'Goede vermomming heb je aan. Het werkt niet. Ik had ook zo'n vermomming toen ik een paar dagen geleden een gouden ketting stal. Een bewaker fouilleerde me en vond de ketting. Hij sloeg me ook in elkaar. Laten we eens zien hoe je wegkomt met je vermomming.'

Vervolgens kwam er een man te paard. Hij was een spion die op het punt stond het koninkrijk binnen te gaan. Hij stopte toen hij de oude man zag en dacht bij zichzelf: 'Wie weet met welk motief deze man hier ligt? Hij zou net zo goed een spion kunnen zijn als ik.' Hij haastte zich weg, want hij had geen tijd te verliezen met zijn werk als spion.

Een uur later wankelde een andere man naar de oude man toe. Hij was dronken. Hij lachte naar de oude man en vroeg luid: 'Hoeveel heb je gedronken, oude man? Kijk naar mij. Ik heb een hele pot leeg gedronken en ik ben nog steeds zo stabiel, hoewel ik soms het gevoel heb dat mijn hoofd een beetje zwaar is.' Toen hij dat zei, ging hij weg.

Weldra was het nacht en de hele plaats werd heel rustig.

Een vierde man liep op die weg voorbij en kwam de oude man tegen. Hij keek hem een lang ogenblik aan en ging naar hem toe en boog zich voorover. Hij sprak: 'Wat heb ik een geluk. Ik heb het geluk u te zien.' Toen nam hij een groot blad en waaierde de oude man om de mieren en andere insecten te verdrijven die op zijn lichaam kropen.

De oude kluizenaar opende zijn ogen uit zijn trance en zag de man die hem waaierde en glimlachte.

De jongeman vroeg: 'O grote ziel, ik zou zeer gezegend zijn als je mijn uitnodiging aanneemt om de nacht door te brengen in mijn huis dat hier vlakbij staat.'

De kluizenaar zei: 'Als dat de wil van God is, dan zij het zo,' en volgde de man naar zijn huis.

Onschuld begrijpt dimensies die slimheid mist. Onschuld kan de feiten missen, maar het vangt de waarheden. Slimheid is te druk bezig met feiten. Wanneer slimheid samengaat met onschuld, wordt het een zeldzame combinatie van intelligentie en onschuld. Kennis opzij zetten omwille van onschuld is intelligentie. Ik bedoel niet dat je moet stoppen met het vergaren van kennis. Begrijp alleen dat kennis de onschuld niet kan vervangen.

Section 2

Als je dorpelingen observeert die niet opgeleid zijn, zul je zien dat ze pure intelligentie tentoonspreiden! Daarom zul je zien dat als je vastzit, een dorpeling moeiteloos bijspringt en je uit de brand helpt! Onschuldige intelligentie heeft dat vermogen.

Ingewikkelde dingen begrijpen is niet moeilijk. Je moet je verstand een beetje meer laten werken, dat is alles! Je moet alleen op een meer splitsende manier kijken, op een meer analytische manier. Iemand kan het bijvoorbeeld niet zo moeilijk vinden om de luchtvaart te begrijpen, maar hoe zit het met het begrijpen van de eenvoudige Zen koans266? Zen koans zijn eenvoudige leringen van het Zen Boeddhisme. Ze houden zich niet bezig met waar je bent of wat je doet, maar met wat je maakt. Ze zijn bedoeld om een ontwaken te veroorzaken op het niveau van het wezen. Ze houden zich alleen daarmee bezig, met niets anders. Zij zijn niet gevangen in het geven van ideeën. Zij geven direct de oplossing voor het wezen. Maar ze zijn moeilijk te begrijpen omdat ze te eenvoudig en rechtlijnig zijn!

Vandaag de dag werken alle universiteiten aan het aanscherpen van het intellectuele vermogen van het individu. Ze leren ons hoe we ons nuttiger kunnen maken voor de maatschappij en hoe we

266 Koans - Raadsels gegeven als technieken in Zen om Zelfrealisatie te helpen.

productief of effectief kunnen zijn. Er is niets mis mee om productief en effectief te zijn, maar in dit proces vergeten we hoe we onschuldig en ontvankelijk kunnen zijn. We vergeten hoe we ons kunnen openstellen voor de kosmos, voor het Bestaan. We vergeten hoe we in synchroniciteit met de kosmos kunnen bewegen, hoe we productiviteit kunnen laten plaatsvinden in overeenstemming met het kosmische plan, dat de bron is van alle productiviteit. Dit gebeurt omdat we gevangen zitten in 'doen' en 'hebben', we vergeten het 'zijn'.

Er zijn drie belangrijke toestanden: zijn, doen en hebben. Op dit moment gaan we van doen naar hebben. We 'doen' voortdurend dingen. We leren en zetten het geleerde om in nuttige actie. Dan 'hebben' we wat we willen: geld, relaties, comfort en wat al niet meer. Dan willen we betere dingen hebben of meer dingen hebben en zo gaan we door met doen. We zitten de hele tijd tussen doen en hebben. In dat proces wordt het zijn vergeten. Onze echte rust ligt alleen in de staat van zijn. Daarom blijven we, hoeveel we ook doen en hebben, op zoek naar rust. Dit gevoel is de 'roep van het zijn'.

Als we het zijn voeden en ervoor zorgen dat het doen gebeurt vanuit de kwaliteit van het zijn, dan hoeven we niet zoveel te werken voor het hebben. Dat zal het gewoon gebeuren als een bijproduct. Dit is het geheim van het Bestaan. Maar dit wordt door de universiteiten niet gezien als een direct nut voor de maatschappij. Dat is het probleem. Maar dit is wat het werkelijke nut van elk individu geeft, niet alleen aan de maatschappij maar aan de hele kosmos. We moeten ons altijd bekommeren om het Geheel.

In de oude Indiase universiteiten zoals Takshila267 en Nalanda268, was de voorbereiding van de studenten altijd op het niveau van het wezen. Het leren van de buitenwereld gebeurde als een natuurlijk gevolg. India heeft zich altijd geconcentreerd op het koesteren van de onschuld van het wezen, omdat alleen dat zal leiden tot de kracht van het wezen. Wanneer er kracht van het wezen is, kan alles bereikt worden.

Paramahamsa Yogananda beschrijft prachtig de bedoeling van spiritueel leren. Hij zegt, er zijn triljoenen cellen in het lichaam. Elke cel is als een intelligent wezen. Elke cel heeft de DNA269 stof in zich die de informatie en intelligentie heeft om een heel nieuw lichaam en hersenen te laten groeien. Deze sluimerende intelligentie moet gewekt worden, zodat de geest niet naar lijden neigt en in gelukzaligheid blijft.

Hij gaat verder met te zeggen dat spirituele opvoeding de cellen magnetiseert door levensstroom rond de hersenen en de ruggengraat te zenden, waardoor de evolutionaire vooruitgang van het individu wordt verzekerd. Met dit goddelijke magnetisme wordt elke cel een levend brein, klaar

267 Takshila - Een leercentrum dat wordt genoemd in de Hindoe-epos Ramayana en Mahabharata, nu een wereld erfgoed locatie van de VN in Noordoost-Pakistan.

268 Nalanda - Een groot boeddhistisch leercentrum in het hedendaagse Bihar, India, dat een universiteit en een bibliotheek omvat.

269 DNA - Desoxyribonucleïnezuur, de bouwsteen van alle levende wezens die de genetische code bevat.

om elk beetje kennis op te nemen. Met deze ontwaakte hersenen vermenigvuldigt de mentale capaciteit van het individu zich veelvoudig en zullen allerlei soorten kennis moeiteloos worden begrepen! Dat is het effect van spiritueel leren.

Alexander, de keizer van Griekenland, had drie vierde van de wereld veroverd en reisde af naar Azië om daar te veroveren. Hij vestigde zich aan de oevers van de rivier Sindhu om India te veroveren.

Aan de oevers van diezelfde rivier woonde een kluizenaar.

Toen Alexander met zijn leger voorbijkwam, zat de kluizenaar te mediteren en stond niet op om hem te groeten.

Alexander voelde zich vernederd en riep naar hem: 'Hoe durf je mij niet te groeten!' En hij haalde zijn zwaard tevoorschijn om zijn hoofd af te hakken.

De kluizenaar keek hem aan en lachte.

Alexander was geschokt. 'Ik ga je vermoorden en jij lacht!' Vroeg hij.

De kluizenaar zei: 'Ik vraag me af wat je probeert te doden! Ik kan nooit gedood worden. Ik ben onsterfelijk, eeuwig en onvergankelijk. Wapens kunnen niet snijden, vuur kan niet branden, water kan niet nat maken, wind kan deze ziel niet opdrogen.' Hij citeerde uit de Bhagavad Gita.

Alexander liet het zwaard vallen en groette de kluizenaar en zei: 'India heeft zulke grote mensen die niet bang zijn voor de dood. Ik breng mijn groeten over aan dit grote land.' Hij trok zich als een wijzer man terug van Indiase bodem.

De leer van de universiteiten van weleer schiep de mogelijkheid dat opperste kennis en vertrouwen in individuen tot bloei konden komen, terwijl tegelijkertijd hun onschuld bewaard bleef. Toen verwierf iedere student de kwaliteit van een wijsgeer. Een wijze heeft de enorme kennis van de uiterlijke wereld en de volslagen onschuld van de innerlijke wereld.

Boeddha onderwijst op prachtige wijze in de Dhammapada270:

Zelfs de goden benijden de heiligen, wier zintuigen hen gehoorzamen als goed getrainde paarden en die vrij zijn van hoogmoed. Geduldig als de aarde, staan zij als de drempel. Zij zijn zuiver als een meer zonder modder, en vrij van de kringloop van geboorte en dood. De wijze is gekwalificeerd om alles te doen in de uiterlijke wereld.

270 Dhammapada - Leringen van Boeddha in schriftvorm.

In het oude gurukul271 onderwijssysteem vond het leren plaats op een heel ander niveau. Creatieve intelligentie kwam voort uit diep bewustzijn. Onmiddellijk werd het zijn aangesproken en het doen en hebben hadden een totaal andere essentie.

Een klein verhaal:

Een jongetje werd als erg dom beschouwd en zijn vader nam hem op een dag mee naar de Sanskriet School waar alle jongens van het dorp hun lessen leerden.

Hij ontmoette de leraar en zei: 'Mijn zoon is geen slimme leerling. Wilt u hem toestaan om op de achterste rij van de klas te zitten zodat hij in de atmosfeer is die wordt voorgezeten door de godin Saraswati272? Ik weet dat u vriendelijk en mededogend bent. Begeleid hem alstublieft. Hij zal geluk hebben als hij iets leert.'

De leraar stemde toe.

De jongen ging naar de school. Hij was elke dag aanwezig voordat de andere jongens binnenkwamen, stofte, veegde en dweilde het lokaal, zette de houten tafel en stoel van de onderwijzer klaar en ging in een hoekje zitten om heel aandachtig naar de les te luisteren.

Niemand verwachtte dat hij iets uit de lessen zou halen.

Op een dag vroeg hij de onderwijzer nederig: 'Meneer, hoe zit het met de begeleiding die u mij zou geven? Wanneer zal ik die ontvangen?'

Section 3

De leraar zei: 'Nu meteen! Hier is het: Aham Brahmasmi (Ik ben Dat). Reciteer dit hoorbaar of zwijgend, maar voortdurend.'

Vastberaden en geïnspireerd leerde de jongen de zin, zonder zelfs maar de moeite te nemen om de betekenis ervan te vragen. Noch deed de leraar de moeite om hem de betekenis te vertellen. Hij voelde niet de noodzaak om dat te doen.

'Aham Brahmasmi,' bleef de jongen thuis herhalen.

Zijn vader vroeg hem: 'Ken je de betekenis van die woorden?'

De ogen van de jongen puilden uit. 'Betekenis?' vroeg hij.

Het was nooit bij hem opgekomen dat de woorden een betekenis konden hebben.

De vader zei hem: 'De woorden betekenen: Ik ben Dat.'

271 Gurukul - Vedische onderwijsinstelling.

272 Saraswati - Hindoe godin van het leren.

De jongen ging de volgende dag naar het huis van zijn oom en bleef reciteren: 'Aham Brahmasmi, wat betekent: Vader is Brahman273.'

De oom hoorde dit en zei: 'Dat betekent het niet! Het betekent: Ik ben Brahman.'

De jongen was verbaasd maar zweeg. Op de terugweg naar huis reciteerde hij: 'Aham Brahmasmi, wat betekent: oom is Brahman.'

De dorpspriester passeerde hem en hoorde hem reciteren. Hij hield hem tegen en zei: 'Zoon, het betekent niet dat oom Brahman is, het betekent dat ik Brahman ben.'

De jongen was verbaasd. Hoe kunnen slechts twee woorden zoveel dingen betekenen, vader, oom en de dorpspriester zijn allen Brahman!'

Zijn hoofd tolde en hij ging op een nabijgelegen stenen plaat zitten. Hij begon te reciteren met de geest om de woorden zelf te vragen wat ze werkelijk betekenden.

De zon ging onder en de duisternis trad in. De sterren en de maan begonnen te schijnen. De jongen ging door met het reciteren van Aham Brahmasmi om de ware betekenis ervan te achterhalen.

Bij dageraad drong de ultieme kennis tot hem door dat ook hij Brahman was! Niet alleen zijn vader, oom en dorpshoofd, maar ook hijzelf en alle anderen waren Brahman.

Hij werd een gerealiseerde ziel.

Begrijp me goed, op het moment dat de jongen begreep dat hij onwetend was, kwam er een alchemie proces op gang in zijn systeem. Als je niet weet dat je het niet weet, is het onwetendheid. Als je weet dat je het niet weet, is het onschuld. Dan kan het weten beginnen. Maar in het weten, moet het gevoel van kennis gecontroleerd worden. Weten is iets anders dan kennis. Weten is onschuld. Het is een begrip dat je eigen ervaring is geworden. Kennis die nog niet ervaren is, is niet van jezelf. Het is geleend. Het is slechts een verzameling woorden in het hoofd.

Een mens kan doorgaan met hier en daar wat te lezen, en zichzelf vermaken. Als het zijn bedoeling is om alleen maar boeken te lezen, kan dat goed vermaak zijn, maar geen verlichting. Vermaak is iets anders dan verlichting. Alleen maar omdat hij zich vermaakt heeft met een paar goede boeken, betekent dat nog niet dat hij verlicht is. Begrijp goed, de boeken die je helpen je logica aan te scherpen geven je het gevoel dat je het weet. Daar begint het probleem.

273 Brahman - Absoluut, Kosmisch Bewustzijn, vormloze god, enz. alle verwijzend naar de universele energiebron waarvan de individuele energie van de ziel een holografisch deel is.

Werk zo dat alles een diepe ervaring in je wordt. Dan zul je een eenvoudig mens zijn. Eenvoud is gewichtloos. Het zal je nooit belasten en verder leren belemmeren. Het zal alleen helpen bij de bloei van onschuld, dat is alles.

Wat de onschuld begrijpt kan men misschien niet eens uitdrukken, omdat het een begrip is dat woorden te boven gaat. Maar het kan gezien worden in de ogen. De ogen zijn de vensters van de ziel. Daarom zul je, als je de ogen van wijzen ziet, er een oceaanachtige blik in zien. Ze stralen iets uit dat niet in een kader kan worden geplaatst. Het proberen te beschrijven zou zijn als het proberen de voet te krabben aan de buitenkant van de schoen.

Men kan de modernisering niet de schuld geven van het verlies van onschuld. Heer Krishna zegt: 'Ik ben de Tijd.' Als Krishna dat zegt, moet je begrijpen dat modernisering ook het goddelijke spel van het Bestaan is. De mens moet modernisering in het juiste licht zien en het niet zien als een vervanging van de oude basis van het groeien.

Wees kwetsbaar.

Als je onschuldig bent, ben je kwetsbaar voor alles wat het Bestaan je wil leren! Als je gesloten bent, creëer je een muur om je heen. De muur staat geen frisse bries toe om je wezen aan te raken, noch staat hij je toe naar buiten te stappen en de koele bries aan te raken. Kwetsbaarheid is het doorbreken van de muur en het uitnodigen van de koele bries om je wezen aan te raken, iedere keer als hij waait.

Kwetsbaarheid is alles toelaten om je wezen aan te raken. De hele kosmos komt naar je toe als je kwetsbaar bent.

Kwetsbaarheid is geen zwakte. Als de muur gebroken wordt, zal hij je niet in gevaar brengen. De muur zelf is gebouwd uit een diepe angst om je werkelijkheid bloot te geven. Jouw werkelijkheid is je kwetsbaarheid en je bent zo bang om die voor de kosmos te openen. Je weet diep van binnen dat als je loslaat en je openstelt, je eenvoudigweg zult worden meegesleurd in onschuld. Dus sluit je jezelf op. Maar het is verstikkend om daarbinnen te zijn omdat het dezelfde lucht is die circuleert. Je ervaart dezelfde patronen die de geest kent. Wat heb je dan nog aan die muur? Als de muur doorbroken is, zul je beseffen dat niets je verlaat. In plaats daarvan krijg je maar één ding: frisheid van leven.

Twee astrologen ontmoetten elkaar onderweg op een mooie herfstdag. Een van hen merkte op: 'Prachtige herfst. Het is iets wat we nog nooit eerder hebben gezien.'

De ander antwoordde: 'Klopt. Ik moet denken aan de herfst van 2070.'

Als je kwetsbaar bent, ervaar je alles op het niveau van het wezen. Anders wordt het een ervaring door het hoofd. Het wezen is poëzie, het hoofd is proza. En poëzie is leven.

Op een nacht vond een vrouw haar man bij de wieg van hun baby.

Terwijl hij op de baby in de wieg neerkeek, zag zij zijn gezicht een mengeling van emoties van ongeloof, ontzag, scepsis, twijfel, verwondering en wat al niet meer.

Zij ging langzaam naar hem toe, sloeg haar arm om hem heen en zei: 'Een stuiver voor je gedachten.'

De echtgenoot antwoordde: 'Het is verbazingwekkend. Ik kan me niet voorstellen hoe iemand zo'n wieg kan maken voor maar 45 dollar!'

Met het hoofd kun je niet kwetsbaar zijn! Als je niet kwetsbaar bent, zit je achter de grote muur van je huis. Het leven is nog niet begonnen. Het leven gebeurt met kwetsbaarheid.

Met kwetsbaarheid beweeg je je naar de waarheid op een ander pad, op een vreugdevol pad, omdat je elk moment rechtstreeks van het Bestaan ontvangt. Het Bestaan is in staat om je te geven omdat je kwetsbaar bent en klaar om het te ontvangen! Bestaan heeft zijn eigen ethiek. Verlichte meesters hebben hun eigen ethiek. Wanneer er kwetsbaarheid is, kunnen ze je met alles overlaadden. Wanneer er een muur is, wordt het moeilijk. Hun ethiek staat niet toe dat ze doordringen. Dus wachten ze tot de muur doorbreekt.

Wanneer je je kwetsbaar opstelt, zeg je 'ja' tegen het Bestaan. Het Bestaan is het grootste mysterie en de eeuwige leraar. Wanneer je er ja tegen zegt, begint je energie in een nieuwe richting te bewegen. Het beweegt van het hoofd naar het hart en je begint de leringen voor je wezen te ontvangen. Waar je eerder 'nee' tegen zei, zal een 'ja' worden. Dan zul je zien dat de wereld heel anders in elkaar zit dan je dacht.

Zodra je ja begint te zeggen, begin je liefde uit te drukken, wat de taal van het hart is. Liefde kan nooit gekend worden door logica. Zij kan gekend worden door "ja" te zeggen tegen de ander, door de ander te verwelkomen, niet omwille van het nut maar omwille van de liefde. Zij kan gekend worden door een diep vertrouwen in de ander. Wanneer je kwetsbaar bent, heb je een groot vertrouwen in de ander.

Section 4

Mensen vragen me hoe ze moeten 'zijn' in mijn aanwezigheid. Wees gewoon volledig kwetsbaar en onschuldig. Met openheid, kun je de waarheid direct in je wezen ontvangen. De meester is een pure uitdrukking van het Bestaan. Door hem toe te laten, sta je toe dat Bestaan in je binnenkomt. Wanneer Bestaan binnenkomt, laat het een indruk van de waarheid in je wezen achter. Met elke darshan of aanraking van de meester, wordt de indruk dieper. Deze indruk is groter dan elk onderricht dat hij je kan geven.

Een leerling van Boeddha vroeg hem eens: 'Meester, u hebt nog geen antwoord gegeven op onze vragen of de wereld eeuwig is of niet, of zij eindig of oneindig is, of de ziel en het lichaam hetzelfde zijn of verschillend.'

Boeddha keek hem aan en vroeg: 'Heb ik een belofte gedaan dat ik deze vragen zou beantwoorden?'

De discipel zei van niet.

Toen vroeg Boeddha hem: 'Stel dat er een man is met een pijl in zijn borst, en wanneer je op het punt staat die voor hem te verwijderen, zegt hij te wachten met te zeggen dat tenzij hij de kaste kent van de man die de pijl heeft geschoten, zijn lengte, gewicht, zijn familieachtergrond, waar hij vandaan komt, en van welk hout hij de boog heeft gemaakt, hij niet zal toestaan dat je de pijl verwijdert, wat zou je dan van hem denken?'

De discipel zei met een beschaamd gezicht: 'Hij zou een dwaas zijn, meester. Zijn vragen hebben niets met de pijl te maken en hij zou sterven voordat de antwoorden onthuld zouden worden.'

Boeddha zei: 'Je hebt gelijk. Op dezelfde manier onderwijs ik niet over de vraag of de wereld eeuwig is of niet, of zij eindig of oneindig is, of de ziel en het lichaam hetzelfde zijn of verschillend. Ik onderwijs meteen om de pijl te verwijderen, want de pijl is de wortel van je lijden, die onwetendheid is.'

Begrijp, een meester kan je geen spiritualiteit leren, maar je kunt wel leren door open en vertrouwend naar hem te zijn. Spiritualiteit heeft niets te maken met woorden. Het is een ervaring. Je moet het je eigen maken door naar de lichaamstaal van de meester te kijken, door de verlichting te ruiken die van hem afstraalt. Je kunt het opvangen als je je ervan bewust bent.

Als je ongeduldig bent met vragen, verhinderen juist die vragen je de waarheid te vatten. Als je geduldig bent en de geur van verlichting opsnuift, zullen de vragen oplossen. Dan nog voor er vragen opkomen, zullen de antwoorden in jou gebeuren. Dat is de grote ervaring van het samenzijn met een meester. Dat is de reden waarom meesters een lichaam nemen en van tijd tot tijd naar beneden komen, met de hoop dat een handvol discipelen de geur van verlichting zal opvangen en zal ontwaken.

Wanneer je kwetsbaar bent, ben je open in je hele reactie systeem. Je geeft ruimte aan de intelligentie van de kosmos om via jou te handelen.

Een klein verhaal:

Aan de oever van een rivier woonde een wijsgeer op een klein stukje land dat eigendom was van een boer. Het dorpshoofd hield niet van de wijze en wilde het stukje land kopen. De boer wilde het niet loslaten.

Het dorpshoofd was bereid om elk bedrag te betalen.

De boer zei tegen hem: 'Als ik het land aan u verkoop, zult u de wijze verjagen zodra het van u is geworden.'

Het dorpshoofd zei boos: 'Waarom noem je hem een heilige? Alleen omdat hij een oranje gewaad draagt? Hij moet net zo gewoon zijn als u en ik.'

De boer zei: 'Nee meneer, ik heb veel tekenen van een wijze in hem gezien. Ik heb hem bijvoorbeeld nog nooit boos zien worden.'

Het dorpshoofd zei: 'Hoe kun je zo concluderen? Hij heeft waarschijnlijk nog geen kans gehad om zijn woede te tonen, dat is alles. Kom morgen naar zijn hut en ik zal je laten zien hoe boos hij kan worden.'

De volgende dag 's morgens ging de boer naar de hut van de wijze en keek toe.

Een jongen, blijkbaar gestuurd door het dorpshoofd, naderde de wijze. De wijze zat met gebogen hoofd iets op een palmblad te schrijven.

De jongen ging achter hem staan en spuugde op hem.

De wijze keek om, zag dat het de jongen was die dat deed, stond op en nam een duik in de rivier, kwam terug en ging zitten.

De jongen spuugde weer op hem. De wijze ging weer zwemmen, kwam terug en ging zitten.

De boer kon het niet aanzien wat er gebeurde. Ook het dorpshoofd stond achter een boom en keek toe. Hij was verbaasd over de kalmte van de wijze.

Telkens als de wijze terugkwam van zijn duik, spuugde de jongen op hem. Elke keer glimlachte de wijze naar hem, stond op en ging dompelen.

De jongen had al honderdenzeven keer op de wijze gespuugd. Het gezicht van de jongen had nu geen kleur meer. Hij kon het niet meer verdragen. Hij viel aan de voeten van de wijze en riep: 'Vergeef me alstublieft. Ik heb gezondigd. Ik heb u alleen maar op deze manier lastig gevallen omdat ik daarvoor betaald werd. Ik ben bang dat u mij nu zult vervloeken!'

De wijze vroeg hem kalm: 'Dus je zult niet meer op me spugen?'

De jongen antwoordde: 'Ik sterf nog liever dan dat ik nog eens spuug.'

De wijze tilde hem op en zei: 'Laat me je een geheim vertellen. Ik zou je hier eigenlijk voor moeten bedanken, want vele jaren geleden had ik een gelofte afgelegd dat ik honderdacht keer in deze heilige rivier zou dopen. Vandaag is die gelofte ingelost. Ik moet nog één keer duiken om de gelofte af te maken. Deze keer zal ik voor je bidden.

De wijze dompelde nog een keer en toen hij eruit kwam, stond het dorpshoofd aan zijn voeten om vergiffenis te smeken. Hij zei: 'Ik ben de echte zondaar. Ik heb de jongen betaald om dit te doen. Ik wilde bewijzen dat u kwaad zou worden.'

De wijze lachte en zei: 'Als de jongen mij zijn werkelijke opdracht had verteld, zou ik snel boos zijn geworden en hem zijn beloning hebben laten ontvangen!'

Het dorpshoofd werd een leerling van de wijze.

Het antwoord van de wijze was noch voor noch tegen. Hij bleef gewoon open. Automatisch kwamen de krachten van de kosmos samen en vervulden een oude gelofte door het incident. Ik zeg niet dat je moet toestaan dat iemand op je spuugt! Begrijp hoe belangrijk het is om open te zijn in je reactie. Als je open bent, creëer je een enorme ruimte voor het beste dat je op dat moment kan overkomen. Al snel kun je je hele reactie systeem herprogrammeren en daarmee de loop van je leven.

Een klein Zen verhaal:

Zen leraren trainen hun jonge leerlingen om zich uit te drukken en het daarbij te laten. Een kind van een bepaalde zen tempel ontmoette elke morgen het kind van een andere zen tempel op weg om groenten te kopen.

Op een dag vroeg de eerste aan de ander: 'Waar ga je heen?'

'Ik ga waar mijn voeten gaan', antwoordde de ander.

Dit antwoord bracht de eerste in verwarring en hij ging naar zijn leraar voor hulp.

De leraar zei tegen hem: 'Stel morgenochtend, als je die man tegenkomt, dezelfde vraag aan hem. Hij zal je hetzelfde antwoord geven. Dan vraag je hem: 'Stel dat je geen voeten hebt, waar ga je dan heen?' Dat zal hem helpen.'

Het kind ontmoette de ander de volgende dag 's morgens. Hij vroeg: 'Waar ga je heen?'

De ander antwoordde: 'Ik ga overal heen waar de wind waait.'

De eerste was verbijsterd en ging weer naar zijn leraar.

De leraar zei: 'Morgen vraag je hem waar hij heen zal gaan als er geen wind is.'

De volgende dag ontmoette het kind de ander op de weg en vroeg: 'Waar ga je heen?'

De tweede antwoordde: 'Ik ga naar de markt om groente te kopen.'

Zich kwetsbaar opstellen is vrij zijn als een vogel, zich geen zorgen maken over verleden of toekomst, gewoon zijn. Dat is wat zen meesters hun leerlingen leerden.

Overgave met vertrouwen.

Immense vertrouwen leidt tot overgave. Overgave is eenvoud van het hart. Het is het weten dat je niet hoeft te beslissen over de Waarheid, dat je er alleen maar in mee hoeft te gaan. Wanneer je ontwaakt voor de krachtige aanwezigheid van de Waarheid, gebeurt er overgave.

Section 5

Als je je hond observeert, zul je merken dat zelfs als je hem af en toe bedriegt, hij naar je terug zal komen met het volste vertrouwen. Zijn vertrouwen is absoluut en onschuldig. Het vertrouwen komt zonder reden. Hij heeft geen vragen, dus hoeven er ook geen antwoorden gegeven te worden. Hij ziet nergens het nut van in. Hij bestaat gewoon als een open boek, dat is alles.

Twee goudvissen zaten in een waterbak. De ene vroeg aan de andere: 'Vertrouw jij op God?'