Materie is vibrerende energie.
# **Materie is vibrerende energie.**
Materie is eigenlijk energie die trilt op verschillende frequenties en zich manifesteert in verschillende vormen. Wij zijn niet in staat om deze trilling met onze ogen te zien omdat de trillingsfrequenties te hoog zijn. Het is net als wanneer beweging te snel is, het oog de bewegende objecten niet kan waarnemen als onafhankelijke raamwerken. Het oog ziet de objecten voortdurend in elkaar overgaan.
Op dezelfde manier kan de trilling van energie niet door het oog worden waargenomen. Het lijkt vaste materie te zijn! Energie in grove vorm is materie. Materie in subtiele vorm is energie. Het lichaam is de bruto (gros) manifestatie van de subtiele geest. De geest is de subtiele manifestatie van het grove lichaam. Een belangrijk ding dat hier begrepen moet worden is dat de perceptie van de wereld verschilt van persoon tot persoon omdat de werking van de geest verschilt van persoon tot persoon!
Zelfs interacties tussen mensen zijn slechts energie-interacties. Bijvoorbeeld, een atoom dat bestaat uit een kern met een wolk van elektronen omheen kan vergeleken worden met een voetbalveld. De kern is als een pinda in het midden van een voetbalveld en de wolk van elektronen is als de lege ruimte in het veld. Een andere vergelijking die ik tegenkwam is, dat als je alle ruimte tussen alle atomen op de planeet aarde zou weghalen, de overblijvende materie ongeveer de grootte van een suikerklontje zou hebben!
Wat wij zien als vaste materie, zoals het voetbalveld in dit voorbeeld, zijn eigenlijk de elektronenwolken of enorme lege ruimtes die met elkaar interageren. Op dezelfde manier zijn onze interacties en ons contact met andere mensen en voorwerpen ook alleen maar interactie van energieën. Er is een uitwisseling van energie die plaatsvindt. Je geeft een deel van je energie en je krijgt energie van die persoon of dat voorwerp!
De wereld van oneindige mogelijkheden.
Nu, wat is de oorsprong van materie en energie? Wat is de oorsprong van het lichaam en de geest? Waar komt de energie in alle voorwerpen vandaan? Wat is dan de werkelijkheid achter deze waargenomen wereld? Als we niet in staat zijn de werkelijkheid te zien zoals ze bestaat via de zintuigen, wat is dan de aard van de werkelijkheid?
Deze vraag wordt gesteld in de Shiva Sutras, een oud vedisch geschrift over de wetenschap van verlichting. Shiva's gemalin Devi vraagt hem: 'Wat is de aard van dit wonderbaarlijke universum?' Als antwoord geeft Shiva 112 verlichtingstechnieken die, wanneer ze beoefend worden, het antwoord geven als een directe ervaring!
Deze vraag naar de werkelijkheid leidt ons naar een wereld voorbij materie en energie, voorbij de beperkingen van ruimte en tijd. Dit is de wereld waar alle mogelijkheden als zaad bestaan. Het is de essentie en de oorsprong van gedachten, en het is de essentie en de oorsprong van gebeurtenissen in de materiële wereld.
In deze wereld-voorbij bestaat gewone logica niet. Oorzaak en gevolg relaties bestaan niet. Het gebeuren van een gebeurtenis veroorzaakt niet dat een andere gebeurtenis gebeurt, maar het is gecorreleerd met de andere gebeurtenis die gebeurt. Deze correlatie is niet afhankelijk van ruimte en tijd. Dus wat wij de kiem noemen is de oceaan van oneindige mogelijkheden waaruit de golven van gebeurtenissen ontstaan.
Dit hele Bestaan en al zijn gebeurtenissen gebeuren als oorzakelijke gelukzaligheid, zoals golven ontstaan in een oceaan. Het Bestaan is een oceaan van gelukzaligheid en extase. Uit de oorzakelijke, overvloeiende extase rijst de golf van schepping op in de oceaan van Bestaan! Dat is hoe de dingen gebeuren. Het Goddelijke, spelend met zijn oneindige manifestaties in ontelbare universa wordt levensonderhoud genoemd.
Het laten vallen uit het spel en ontspannen in Zichzelf wordt oplossing genoemd. Oplossen is het terugkeren in de Absolute of Parabrahman288 staat. Dan, zonder logische reden, begint het spel opnieuw...! Dit gaat zo door. Wat we zien als resultaten zijn de oneindige gebeurtenissen in het universum.
De ware aard.
288 Parabrahma - Opperwezen.
Wij zien dit oorzakelijke en extatische spel van het Bestaan door onze eigen individuele perceptie! Onze perceptie zelf vernauwd het prachtige gebeuren in een gelokaliseerde realiteit. Ieder individu 'kookt' het prachtige gebeuren in tot zijn eigen individuele werkelijkheid.
Iemand vroeg me: 'Ik zie deze tafel hier. Alle mensen in deze kamer zien dezelfde tafel. Hoe kun je dan zeggen dat deze tafel geen werkelijkheid is?' Begrijp alsjeblieft dat wat jij ziet als deze tafel hier, niet hetzelfde is als wat de andere persoon ziet! Iedere persoon in deze kamer ziet deze tafel anders! Dat is de waarheid. Dat is wat ik hier probeer uit te leggen.
Zolang de geest probeert waar te nemen, is wat wordt waargenomen niet de uiteindelijke werkelijkheid. Alleen een oneindig wezen kan de werkelijkheid precies waarnemen zoals die zich voordoet. Hij kan het ook niet in woorden uitleggen, omdat woorden niet kunnen beschrijven wat voorbij ruimte en tijd is.
Hij kan alleen maar zeggen dat je moet wachten tot het je eigen ervaring wordt! Daarom antwoordt Shiva niet met filosofie maar met technieken. Hij geeft rechtstreeks technieken aan Devi om de werkelijkheid, de aard van het universum te ervaren.
Laat me dit concept uitleggen aan de hand van het energie-materie idee. We zagen dat materie eigenlijk energie is. De klassieke natuurkunde zei dat het elektron een deeltje is. De kwantumfysica zegt echter dat het een golf is. In feite vertoont het elektron de eigenschappen van zowel een deeltje als een golf in verschillende situaties. Natuurkundigen hebben nu geconcludeerd dat het elektron een duale aard heeft als een "deeltje-golf"!
De waarneming doet de mogelijkheid ineenstorten tot werkelijkheid.
Aangezien het elektron een deeltje is, wat is dan de plaats van het elektron? Aangezien het een golf is, wat is het momentum van de golf? De antwoorden op deze vragen leiden tot een zeer verrassende ontdekking dat het deeltje-golf zowel een deeltje als een golf kan zijn of zelfs beide tegelijk. Maar je kunt niet tegelijkertijd de plaats en het momentum van het elektron bepalen, omdat het waarnemen van de plaats van het elektron zijn momentum zal veranderen, en het bepalen van het momentum van het elektron zijn plaats zal veranderen! Dit is wat in de wetenschap bekend staat als het Heisenberg Onzekerheidsprincipe.
Het deeltje-golf is tegelijkertijd een deeltje en een golf, totdat de waarneming in het spel komt. Deze waarnemingsdaad kan nu worden verbonden met onze waarnemingsdaad van de oorzakelijke gebeurtenissen van het Bestaan. Wanneer we waarnemen, doen we dat via onze eigen conditionering, wat we engrammen noemen of vooringenomen en diep gegraveerde herinneringen en conclusies. De waarnemingsdaad van ieder individu is gekleurd door zijn eigen conditionering of engrammen. Gebaseerd op die conditionering, verlaagt hij het gebeuren om het aan te passen aan zijn eigen ervaring van de werkelijkheid!
In het geval van het deeltje-golf, 'vernauwd' de waarnemingsdaad zelf het golf-deeltje tot een deeltje of golf. Dit is wat de natuurkundige Erwin Schrödinger aantoonde in zijn hypothetische katten experiment.
Stel dat je een kat en een flesje giftig zuur in een kamer zet en die afsluit. Er is geen enkele manier waarop de waarnemer buiten kan bepalen of de kat leeft of dood is. Aangezien wij dat niet kunnen weten, is de kat zowel dood als levend. Het is een verdeling van waarschijnlijkheden die zowel de waarschijnlijkheid van een dode als van een levende toestand omvat.
Wanneer je de kamer openbreekt om te zien hoe het met de kat gaat, kan het openbreken van de kamer op zich al de toestand van de kat veranderen. De kat kan gedood worden door het breken van de kamer, omdat de flacon met zuur gebroken wordt. Men kan dus nooit weten wat het resultaat zou zijn geweest als het niet in zijn ware gedaante was waargenomen.
Section 2
Dit brengt ons tot het diepe inzicht dat beide mogelijkheden gelijktijdig bestaan, en dat het juist de handeling van de waarneming is die de mogelijkheid verandert in een bepaalde werkelijkheid.
Laat me een ander wetenschappelijk experiment geven dat duidelijk maakt hoe de eigenlijke handeling van het meten de mooie werkelijkheid vervormt. Je hebt misschien wel eens gehoord van het dubbele-spleten-experiment met licht.
Bij dit experiment wordt een lichtstraal gericht op een barrière met twee verticale spleten. Aan de andere kant van de barrière bevindt zich een fotografische plaat die wordt gebruikt om het licht vast te leggen zoals het erop valt nadat het door de barrière is gegaan. Als slechts één spleet open is, is het patroon op de fotografische plaat zoals verwacht, een enkele lijn van licht uitgelijnd met de spleet. Als beide spleten open zijn, zouden we twee lichtlijnen op de plaat verwachten, uitgelijnd met de spleten, maar wat wordt waargenomen zijn meerdere lichtlijnen en duisternis in verschillende mate. Dit is het interferentie principe waarbij lichtstralen zich gedragen als golven die met elkaar interfereren.
Nu, als de lichtstraal zodanig wordt vertraagd dat in plaats van een stroom lichtdeeltjes of fotonen die de plaat raken, elk foton afzonderlijk de plaat raakt, dan zou er geen interferentie moeten zijn en zou de plaat een lichtpatroon moeten vertonen dat is uitgelijnd met de spleet. Maar het resulterende patroon vertoonde nog steeds interferentie!
Hoe is dit mogelijk? Er is maar één foton, waar kan het mee interfereren... behalve met zichzelf? Men concludeerde dat elk foton niet alleen door beide spleten gaat, maar ook tegelijkertijd elk mogelijk pad neemt op weg naar het doel!
Om te zien hoe dit kan gebeuren, werden experimenten gedaan om de individuele fotonpaden te volgen. Maar wat er gebeurde was dat de meting op de een of andere manier de paden van de fotonen verstoorde. Telkens wanneer men probeerde waar te nemen, lijnden slechts twee heldere lijnen op de fotografische plaat uit met de spleten! Als men niet probeerde te meten, werd het patroon weer de meervoudige lijnen van licht en duisternis!
Elk foton beweegt gelijktijdig in een aantal paden. Maar een poging om de paden te meten doet het ineenstorten tot een enkel pad! Op dezelfde manier veroorzaakt onze inspanning om de oneindige opstijgingen van de oceaan van Bestaan waar te nemen, dat het verschijnt als wat onze beperkte geest waarneemt!
Eens vroeg een leerling aan een Zenmeester: 'Wat is het pad?' De meester antwoordde: 'Het dagelijks leven is het pad.' De student vroeg, 'Kan het bestudeerd worden?
De meester zei: 'Als je het probeert te bestuderen, zul je er ver van verwijderd zijn.' De student vroeg: 'Als ik het niet bestudeer, hoe kan ik dan weten dat het het pad is?'
De meester zei: 'Het pad behoort niet tot de waarnemingswereld. Evenmin behoort het tot de nietwaarnemingswereld. Waarneming is een begoocheling en niet-waarneming is zinloos. Als je het ware pad zonder twijfel wilt bereiken, plaats jezelf dan in dezelfde vrijheid als de hemel. Je noemt het goed noch niet-goed.'
Fysiologie van de waarneming.
Laten we beginnen met wat er werkelijk gebeurt op een fysiek niveau wanneer we dingen waarnemen. Wanneer er een waarneming is van de fysieke werkelijkheid, vertonen de verschillende delen van de hersenen een verandering in neurale activiteit doordat de neuronen, die de basisbouwstenen zijn van het zenuwstelsel, synchroon vuren. Hierdoor worden de willekeurige visuele patronen van licht waargenomen als specifieke vormen en gedaanten. Dit is hoe de input van elk van onze zintuigen wordt waargenomen als een ervaring van bepaald geluid, aanraking, reuk, smaak of zicht.
Als je nu een stap terug doet en kijkt, kun je zien dat vóór de waarneming of de perceptie, zowel de wereld als jijzelf, dat wil zeggen de geziene en de waarnemer, in een dynamische en chaotische staat van activiteit verkeerden. De handeling van de waarneming verandert die chaotische toestand in een soort orde die tegelijkertijd het geziene in de buitenwereld en het proces van zien in de ziener (als de activiteit in het zenuwstelsel) wordt. Op het moment van zien stort de waarschijnlijkheid van wat gezien wordt ineen tot een specifieke vorm.
In de Bhagavad Gita kiest Krishna, de heer en meester, ervoor om Arjuna289 de ervaring van Krishna's kosmische vorm te geven. Tot dan toe had Arjuna Krishna alleen gezien als de twee meter lange, knappe vriend. Maar op Arjuna's verzoek en nadat Krishna ziet dat Arjuna klaar is om de ervaring van de kosmische gedaante te ontvangen, besluit Hij deze aan hem te geven. Arjuna ziet Krishna dan als de manifestatie van de hele kosmos in al zijn schijnbare chaos.
Hij roept uit: 'O Heer! Ik kan alle goden en godheden in Uw lichaam zien. Ik kan alle wijzen en goddelijke slangen zien. O Heer van het Universum, ik zie vele armen, magen, gezichten, ogen en uw grenzeloze vorm. O Universele Vorm, ik kan uw begin, midden of einde niet zien.'
Arjuna is niet in staat de ervaring te verdragen omdat hij zijn intellectuele controle over de dingen verliest! Hij smeekt om evenwicht, wat betekent dat hij wil dat zijn geest weer onder zijn intellectuele controle komt. Hij wil oorzaak en gevolg van de dingen kennen en voelen dat hij ze onder controle heeft, want de ervaring rukt hem weg van zijn perceptie van de oorzaak-en-gevolg logica zelf.
Zolang de logica van oorzaak en gevolg onder je controle is, heb je het gevoel dat je de werkelijkheid waarneemt! Je ego is sterk en standvastig. Maar op het moment dat de logica aan het wankelen wordt gebracht, voel je een enorme angst. Je voelt dat je slechts een druppel in een oceaan bent. Wat Arjuna ziet is de absolute Werkelijkheid, maar hij is bang voor die Werkelijkheid omdat die niet overeenstemt met zijn logica. Hij smeekt om terug te keren naar de vroegere staat van waarneming door zijn vijf zintuigen alleen, door zijn eigen vaste identiteit, zijn eigen vaste ego.
Perceptie van ruimte-tijd.
Laten we analyseren wat ruimte is.